Druivensoorten
De Cariñena -wijndruif
De Cariñena (in het Frans: Carignan) is een oude, mediterrane blauwe druif die ooit een van de meest aangeplante variëteiten van Zuid-Europa was. Lang werd ze beschouwd als een werkpaard van de wijnbouw — productief, robuust en betrouwbaar — maar in de handen van bekwame wijnmakers blijkt ze veel meer te kunnen: wijnen met diepte, kruidigheid, frisheid en een verrassend lange levensduur. Vandaag maakt Carignan een opmerkelijke comeback als erfgoedras dat de authenticiteit van het mediterrane terroir belichaamt.
Herkomst en geschiedenis
De oorsprong van Cariñena ligt waarschijnlijk in het noordoosten van Spanje, in de regio Aragón, waar ze haar naam ontleent aan het stadje Cariñena. Al in de middeleeuwen verspreidde de druif zich over het Iberisch schiereiland en later naar Zuid-Frankrijk, waar ze een centrale rol kreeg in de wijnbouw van de Languedoc-Roussillon.
Vanaf de 19e eeuw, na de phylloxera-crisis, werd Cariñena massaal aangeplant vanwege haar hoge opbrengst en bestendigheid tegen warmte en droogte. In de jaren 1950 en 1960 was ze zelfs de meest aangeplante blauwe druif van Frankrijk, met miljoenen hectaren in productie. De focus lag toen vooral op kwantiteit — Cariñena werd gebruikt voor eenvoudige tafelwijnen en blends.
Vanaf de jaren ’80 veranderde dat beeld. Wijnmakers begonnen te beseffen dat oude Carignan-wijnstokken (soms meer dan 80 of 100 jaar oud) met lage opbrengsten wijnen konden opleveren van uitzonderlijke kwaliteit. Deze wijnen combineerden concentratie met levendigheid en weerspiegelden perfect het ruige mediterrane landschap. Sindsdien heeft Carignan een nieuw imago gekregen: van bulkwijnproducent tot erfgoedras met karakter.
Kenmerken van de druif
Cariñena is een blauwschillige druif met een krachtige persoonlijkheid, maar ook met specifieke eisen aan klimaat en wijnbouw.
Belangrijkste kenmerken:
Cariñena rijpt laat en heeft veel zon nodig om volledig te rijpen. Ze gedijt slecht in koude of natte klimaten, maar is uitstekend bestand tegen droogte en arme bodems.
Vinificatie-technisch is Cariñena niet eenvoudig: haar hoge tannines en zuren vragen zorgvuldige extractie. Moderne wijnmakers gebruiken vaak koolzuurmaceratie of ouderwetse open vergisting om zachtere, fruitigere resultaten te verkrijgen.
Terroir en verspreiding
Cariñena is een echte mediterrane druif, en haar verspreiding volgt het ritme van zon en droogte.
Frankrijk blijft de grootste producent, met name in de Languedoc-Roussillon, waar oude wijnstokken op droge, stenige hellingen van schist, kalksteen en zandsteen staan. Hier levert Cariñena wijnen met kracht, kruidigheid en een intrigerende minerale toon, vaak gebruikt in blends met Grenache, Syrah en Mourvèdre.
In Spanje wordt de druif nog steeds gevonden in haar geboortestreek Cariñena (Aragón), maar ook in Priorat en Montsant (Catalonië), waar oude Cariñena-stokken op leisteenbodems intense, diepe en gestructureerde wijnen opleveren — vaak onder de Catalaanse naam Carinyena.
Daarnaast komt Cariñena voor in Italië (met name op Sardinië, waar ze Carignano heet en schittert in de DOCG Carignano del Sulcis), in Algerije, Marokko en zelfs Californië, waar enkele wijnmakers oude Carignan-wijngaarden herontdekken en gebruiken voor expressieve, ambachtelijke wijnen.
Conclusie
Cariñena is een druif van herontdekking en herwaardering. Wat ooit een synoniem was voor massaproductie, is nu uitgegroeid tot een symbool van authenticiteit en terroir. Wanneer ze afkomstig is van oude stokken en met zorg wordt behandeld, kan Carignan wijnen voortbrengen die zowel krachtig als verfijnd zijn: met rijp donker fruit, kruidige diepte en een verfrissende vitaliteit.
Ze vertelt het verhaal van het mediterrane landschap — van zon, wind en steen — en bewijst dat echte kwaliteit vaak schuilt in druiven die de tijd en het terroir met waardigheid hebben doorstaan. Vandaag staat Cariñena weer trots naast haar zuidelijke buren Grenache en Syrah, als een klassieke maar opnieuw moderne druif, rijk aan geschiedenis en karakter.
Meest gekende synoniemen