Druivensoorten
De Chenin Blanc-wijndruif
De Chenin Blanc is een van de meest veelzijdige en karaktervolle witte druiven ter wereld. Ze kan alles voortbrengen — van levendige mousserende wijnen tot weelderige, edelzoete dessertwijnen en complexe, houtgerijpte droge stijlen. Haar natuurlijke hoge zuurgraad en opmerkelijke vermogen om het terroir te weerspiegelen, maken haar tot een druif met vele gezichten. Chenin Blanc is de trots van de Loire-vallei in Frankrijk, maar heeft ook een tweede thuis gevonden in Zuid-Afrika, waar ze is uitgegroeid tot een van de pijlers van de moderne wijnindustrie.
Herkomst en geschiedenis
De oorsprong van Chenin Blanc ligt in de Loire-vallei in Frankrijk, meer bepaald in het gebied rond Anjou en Touraine. De druif werd al in de 9e eeuw genoemd onder de naam Plant d’Anjou, maar kreeg haar huidige naam vermoedelijk in de 15e eeuw, naar de abdij van Mont Chenin bij Cormery.
Door haar veelzijdigheid en hoge natuurlijke zuurgraad werd Chenin Blanc al vroeg gewaardeerd. In de middeleeuwen gebruikten monniken haar voor zowel droge als zoete wijnen, afhankelijk van het oogstjaar. De druif verspreidde zich in de loop der eeuwen over de hele Loire-vallei en werd een essentieel onderdeel van appellaties als Vouvray, Anjou, Saumur, Savennieres en Coteaux du Layon.
In de 17e eeuw brachten Franse kolonisten de druif naar Zuid-Afrika, waar ze aanvankelijk werd gebruikt voor distillaten en eenvoudige witte wijnen. Onder de naam Steen werd ze daar lange tijd onderschat, tot moderne wijnmakers vanaf de jaren 1990 haar potentieel ontdekten. Vandaag geldt Chenin Blanc als het vlaggenschip van de Zuid-Afrikaanse witte wijnbouw.
Kenmerken van de druif
Chenin Blanc is een druif met een hoge natuurlijke zuurgraad en een buitengewone veelzijdigheid. Ze reageert sterk op haar omgeving en vinificatie, waardoor ze uiteenlopende stijlen kan voortbrengen, van strak en mineraal tot rijk en honingachtig.
Belangrijkste kenmerken:
Stijlbreedte:
De druif rijpt laat en heeft een dunne schil, waardoor ze gevoelig is voor schimmel, maar juist die gevoeligheid maakt haar ideaal voor edelrot in geschikte jaren.
Terroir en verspreiding
De kalkrijke, leisteen- en tufsteenbodems van de Loire geven Chenin Blanc haar herkenbare spanning en mineraliteit.
Zuid-Afrika
In Zuid-Afrika beslaat Chenin Blanc meer wijngaardoppervlak dan welke andere druif dan ook. Ze wordt aangeplant in regio’s als Stellenbosch, Swartland, Paarl en Franschhoek. Oude wijnstokken, vaak geplant in de eerste helft van de 20e eeuw, leveren geconcentreerde wijnen met rijke fruittonen (mango, meloen, perzik) en een opvallende balans tussen rijpheid en frisheid.
Zuid-Afrikaanse Chenin wordt vaak in verschillende stijlen gemaakt: van frisse, ongehoute wijnen tot rijke, houtgerijpte versies met textuur en diepte. De combinatie van zonneschijn en koele nachten zorgt voor een optimale balans tussen fruit en zuur.
Kleinere aanplantingen van Chenin Blanc zijn te vinden in de Verenigde Staten (Californië), Australië, Nieuw-Zeeland, Argentinië en Mexico, waar de druif vaak wordt gebruikt in blends of als frisse, fruitige witte wijn.
Conclusie
Chenin Blanc is een druif van oneindige veelzijdigheid en expressie. Ze kan de pure frisheid van kalksteen even goed uitdrukken als de rijke honingtoets van edelrot. In haar beste vorm combineert ze levendige zuren, aromatische complexiteit en een uitzonderlijk verouderingspotentieel — eigenschappen die haar tot een van de grote witte druiven van de wereld maken.
Of ze nu uit de mistige heuvels van de Loire komt of uit de zonovergoten wijngaarden van de Kaap, Chenin Blanc blijft een druif die het terroir vertolkt met precisie en elegantie. Ze is een meester in metamorfose — steeds herkenbaar, maar nooit hetzelfde — en precies dat maakt haar zo fascinerend voor wijnmakers én wijnliefhebbers.