Home / Druivensoorten / Molinara

Druivensoorten

De Molinara-wijndruif

De Molinara is een traditionele, inheemse rode wijndruif uit de Valpolicella-regio in Veneto, Italië. Ze staat bekend om haar lichte kleur, frisse zuren en delicate rode-bessenaroma’s. Vroeger was ze onmisbaar in blends voor Valpolicella en Amarone, maar tegenwoordig wordt ze steeds vaker optioneel gebruikt voor extra elegantie en frisheid.

Herkomst en geschiedenis

De geschiedenis van de Molinara-wijndruif is nauw verweven met de traditionele rode wijnen van de Veneto-regio in Noord-Italië, met name Valpolicella en Bardolino. Molinara is een inheemse (autochtone) rode druif die al eeuwenlang deel uitmaakt van de Venetiaanse wijnbouwtraditie. De naam Molinara komt van het Italiaanse woord mulino (molen) of mola (molentje). Dit verwijst naar de opvallende witte bloei (pruina) op de bessen, die de trossen doet lijken alsof ze met bloem of meel zijn bestrooid. Andere historische synoniemen zijn Rossara, Rossanella en Brepon Molinaro.

De eerste gedocumenteerde vermeldingen dateren uit het begin van de 19de eeuw. In 1823 verscheen Molinara in de Catalog van Wijndruivenrassen van het Venetiaanse Koninkrijk, samengesteld door graaf Pietro di Maniago. Kort daarna, in 1824, werd ze ook opgenomen in de Catalogus van Veronese druiven van Ciro Pollini. In de vroege 20ste eeuw werd de druif al wijd verspreid beschreven in de heuvels rond Verona, met name in Valpolicella, Valpantena, Val d’Illasi en omliggende valleien. Wetenschappers zoals G.P. Perez en G.B. Zava documenteerden haar aanwezigheid in de provincies Verona en zelfs Padua. Na de phylloxera-crisis (eind 19de eeuw) werd Molinara, samen met Corvina en Rondinella, aangemerkt als een van de belangrijke lokale rassen die hersteld en uitgebreid moesten worden.

In de 20ste eeuw speelde Molinara een vaste rol in de klassieke blends van Valpolicella, Amarone della Valpolicella, Recioto en Bardolino. Traditioneel werd ze gebruikt om frisheid en zuurgraad toe te voegen aan de krachtige, tanninerijke wijnen van Corvina en Corvinone. Haar lichte kleur en relatief lage tannines maakten haar vooral waardevol voor balans en elegantie. Tot in de jaren ’70 en ’80 was ze een verplicht onderdeel in de DOC-regels voor Valpolicella. In 1970 werd ze officieel opgenomen in het Italiaanse nationale register van druivenrassen.
DNA-onderzoek uit 2021 toont aan dat Molinara waarschijnlijk een natuurlijke kruising is tussen de zeldzame Italiaanse variëteit Vulpea en een onbekende ouder. Dit bevestigt haar diepe Venetiaanse wortels, los van Franse of internationale invloeden.
Vanaf de late 20ste eeuw begon het plantareaal echter sterk af te nemen. In 2000 stond er nog ruim 1.300 hectare, maar in 2010 was dit gedaald tot ongeveer 595 hectare, bijna uitsluitend in Veneto. De redenen: een hoge gevoeligheid voor oxidatie, lage kleurextractie en een relatief lichte body, wat niet meer paste bij de moderne voorkeur voor diepgekleurde, krachtige wijnen. In 2003 werd het verplichte aandeel van Molinara in de Valpolicella DOC geschrapt en werd ze optioneel. Veel moderne producenten kozen voor meer Corvinone of internationale rassen, waardoor Molinara verder in de verdrukking kwam.

In een tijd waarin terroir en authenticiteit weer centraal staan, krijgt deze “meelbestrooide” druif uit de heuvels van Verona mogelijk een bescheiden comeback. De Molinara is nooit de ster geweest zoals Corvina, maar ze heeft eeuwenlang meegebouwd aan de identiteit van iconische Italiaanse wijnen. Haar geschiedenis illustreert hoe druivenrassen kunnen opkomen, domineren en weer terugkeren naar de achtergrond – zonder ooit helemaal te verdwijnen.

Kenmerken van de druif

De trossen van Molinara zijn middelgroot, langwerpig en piramidevormig, vaak met één of twee korte vleugels en een losse structuur. De bessen zijn klein tot middelgroot, rond en donkerblauw tot zwart van kleur. De bladeren zijn middelgroot, meestal drie- of vijf lobbig, met een lichte groene bovenzijde die glad en dof is, en een grijsgroene onderzijde met vrij veel haartjes langs de nerven. De bladsteel-sinus is V-vormig en open.

Molinara is een laatrijpende druif die matig productief is. Ze gedijt goed in de koele, heuvelachtige terroirs van Valpolicella en Bardolino, met een voorkeur voor goed drainerende bodems. De druif is relatief resistent tegen botrytis, maar gevoelig voor coulure (uitval van bloemen) en oxidatie. Door de dunne schil en lichte kleurstoffen levert ze wijnen op met een bleke, heldere robijnrode tot kersrode kleur.
Smaakprofiel en aroma’s.

In de neus is Molinara delicaat en fruitig: frisse rode kersen, framboos, wilde aardbei, bosbessen en soms een lichte bloemige toets van rozenblaadjes of viooltjes. Er komen ook subtiele kruidige en kruidenachtige nuances naar voren, zoals rozemarijn, laurier of witte peper, gecombineerd met een opvallende zilte mineraliteit en sapiditeit (smaakvolheid).
In de mond is de wijn licht van body, met een lage tot matige alcohol (vaak 11-13%), zachte tot zeer milde tannines en een levendige, verfrissende zuurgraad. Dit geeft haar een sappig, elegant en dorstlessend karakter – vergelijkbaar met een lichte Gamay of Pinot Noir. Pure Molinara-wijnen zijn vaak fris en fruitgedreven, ideaal voor direct drinken, terwijl ze in blends structuur en frisheid toevoegt zonder te overheersen.

Conclusie

Traditioneel fungeert Molinara als blending-partner in Valpolicella, Amarone, Recioto en Bardolino, waar ze vooral hoge zuurgraad en levendigheid bijdraagt aan de vollere Corvina en Rondinella. Ze leent zich ook uitstekend voor rosé (zoals Garda Chiaretto) en soms voor lichte, fruitige rode wijnen of zelfs sprankelende varianten. Kortom, Molinara is geen krachtpatser, maar een verfijnde, charmante druif die frisheid, mineraliteit en drinkbaarheid toevoegt. In een tijd waarin lichte, elegante en terroir-gedreven wijnen weer in de mode raken, herontdekken sommige producenten haar unieke kwaliteiten.