Wijnlanden
Wie aan België denkt, denkt eerder aan bier, chocolade en frieten dan aan wijn. Toch groeit er al eeuwen wijn in dit land, en de laatste decennia is hij uitgegroeid tot een volwaardig onderdeel van onze streekproducten. De wijngaarden zijn klein, de oogsten bescheiden en de wijnen worden bijna volledig op de eigen markt gedronken. De kwaliteit is er niet minder om. Een nieuwe generatie wijnmakers, gesteund door een warmer klimaat en betere technieken, laat zien dat frisse witte wijnen en elegante mousserende wijnen hier echt thuishoren.
Een wijnbouw met diepe wortels
De Romeinen brachten de wijnstok naar onze contreien en in de vroege middeleeuwen nam de teelt een hoge vlucht dankzij abdijen en kloosters. Monniken hadden wijn nodig voor de eredienst en legden wijngaarden aan op beschutte hellingen. Rond Luik, Hoei, Namen en Dinant, langs de Maas, waren die wijngaarden uitgestrekt, en ook in het Hageland en rond Leuven werd wijn gemaakt die ver buiten de streek werd verhandeld.
Vanaf de late middeleeuwen kwam daar verandering in. De zogenaamde Kleine IJstijd bracht koelere en nattere zomers, waardoor de oogsten steeds vaker mislukten. Tegelijk werd wijn uit Frankrijk en het Rijnland makkelijker en goedkoper aangevoerd, en veel landbouwers stapten over op rendabelere teelten. Ziekten en plagen zoals meeldauw en later de druifluis gaven de wijnbouw in de negentiende eeuw de genadeslag. Tegen het begin van de twintigste eeuw was de teelt vrijwel verdwenen.
De heropleving begon pas in de jaren zeventig en tachtig, toen enkele liefhebbers experimenteerden met nieuwe, ziekteresistente rassen. Dat leverde eerst bescheiden wijnen op, maar de professionalisering zette door. Sinds het begin van deze eeuw is de oppervlakte sterk gegroeid, en het is vooral de klimaatopwarming die nieuwe kansen heeft geschapen.
Benamingen en productie
België telt vandaag ruim duizend hectare wijngaard, verdeeld over Vlaanderen en Wallonië. Er zijn verschillende officiële benamingen, de zogenaamde beschermde oorsprongsbenamingen, vergelijkbaar met de Franse "appellation controlée" of AOC. In Vlaanderen zijn dat Haspengouw, Hageland en Heuvelland. In Wallonië zijn dat Côtes de Sambre et Meuse en Crémant de Wallonie, de laatste uitsluitend voor mousserende wijn volgens de traditionele methode. Daarnaast bestaan er twee regionale aanduidingen met een ruimer gebied en soepelere regels: Vlaamse landwijn en Vin de pays des jardins de Wallonie.
De productie ligt niet hoog. Op jaarbasis gaat het om enkele miljoenen flessen, afhankelijk van het weer. Haspengouw is de grootste en meest productieve streek, mede door de lage hellingen en de gunstige bodem. Het Hageland volgt, met relatief weinig, maar zeer gespecialiseerde bedrijven. Heuvelland blijft bescheiden en telt slechts een handvol wijnbouwers, wat de wijnen schaars en gegeerd maakt. In Wallonië ligt de nadruk op mousserende wijn, die steeds meer aandacht krijgt. De Côtes de Sambre et Meuse levert daarnaast stille wijnen met een eigen karakter.
Het assortiment is gevarieerd. Chardonnay, Pinot Noir, Pinot Gris en Auxerrois vormen de klassieke kern, aangevuld met Müller-Thurgau en Riesling-achtige rassen. Daarnaast winnen de zogenaamde PIWI-rassen, zoals Solaris en Johanniter, terrein omdat ze beter bestand zijn tegen schimmelziekten en dus minder spuitwerk vragen. Vooral droge witte wijnen en mousserende wijnen scoren goed, terwijl rode wijnen in warme jaren voor aangename verrassingen zorgen.
Landschap en klimaat
De Belgische wijngaarden liggen vooral in het heuvelachtige middelste en zuidelijke deel van het land, op zuid- tot zuidwestelijk georiënteerde hellingen die zoveel mogelijk zon vangen. Haspengouw is een zacht golvend leemplateau met brede, open vergezichten. Het Hageland is bos- en heuvelrijker, met getuigenheuvels die boven het omringende land uitsteken. Heuvelland, in het uiterste zuidwesten, vertoont de scherpste reliëfverschillen van Vlaanderen en grenst aan de Franse heuvels. In Wallonië volgen de wijngaarden de vallei van Samber en Maas, waar de rivieren diep in het landschap zijn ingesneden en de hellingen beschutting bieden.
Het klimaat is gematigd zeeklimaat, met een duidelijke zachte invloed van de Noordzee. De zomers zijn doorgaans niet extreem warm, de winters niet te streng, en regen valt het hele jaar door. Dat betekent een lange, trage rijping en druiven met veel zuren en een delicate aromatiek. De keerzijde is dat het weer onvoorspelbaar blijft, met late voorjaarsvorst en vochtige zomers als terugkerende bedreigingen. De laatste decennia worden de seizoenen echter warmer en droger, waardoor druiven vaker volledig rijp raken en de kwaliteit stijgt. Wijnbouwers moeten daardoor wel nauwer opletten op hittepieken en wijzigende oogsttijdstippen.
Bodem en terroir
De bodem verschilt sterk van streek tot streek en geeft elke benaming een eigen stempel. In Haspengouw ligt een dikke laag löss of leem, een vruchtbare en waterhoudende bodem die zachte, fruitige en evenwichtige wijnen oplevert. In het Hageland domineren zandige gronden met ijzerzandsteen, waardoor de wijnen een zekere mineraliteit en spanning meekrijgen. In Heuvelland bestaat de ondergrond uit zand en klei, vaak op een stevige kleilaag, wat zorgt voor vollere wijnen met meer structuur. Langs Samber en Maas ten slotte vind je schistachtige en kalkrijke gronden. Die warmen snel op en laten overtollig water makkelijk weglopen, waardoor de wijnen een uitgesproken frisheid en kalkachtige toets krijgen.
Samen met het kleine schaalniveau van de domeinen vormt dit alles een patchwork van terroirs, waarin de individuele aanpak van elke wijnbouwer duidelijk doorklinkt. Dat maakt België niet tot een groot, maar wel tot een boeiend en groeiend wijnland dat de moeite waard is om te ontdekken.