Druivensoorten
De Susumaniello-wijndruif
In het uiterste zuiden van Italië, in de hitte van de hak van de Apulische laars, gedijt een druivenras dat decennialang in de schaduw stond van beroemdere streekgenoten als Primitivo en Negroamaro. De Susumaniello, met haar melodieuze en tegelijk grappige naam, is een blauwe druif die tot voor kort door slechts een handvol wijnbouwers werd gekoesterd. Vandaag beleeft ze echter een opmerkelijke heropleving en wordt ze steeds vaker als monovarietale wijn gebotteld, geprezen om haar diepe kleur, haar geurige rijkdom en haar verrassende evenwicht tussen kracht en frisheid. Wie de Susumaniello proeft, proeft in feite het verhaal van een druif die bijna verloren ging en nu wordt beschouwd als een van de meest identiteitsbepalende rassen van Salento.
Geschiedenis en herkomst
De naam Susumaniello verraadt meteen iets van haar karakter. Ze is afgeleid van het Salentijnse dialectwoord "somarello", wat kleine ezel betekent, en verwijst naar de gewoonte om de zware trossen met behulp van ezels van de wijngaard naar de perskuip te vervoeren. Een andere, even kleurrijke uitleg koppelt de naam aan de uitdrukking "Susu lu somariellu", wat zoveel betekent als "loop, ezel, loop", en zou verwijzen naar de opmerkelijke productiviteit van jonge wijnstokken, die zo overladen raken met trossen dat ze doen denken aan een overbeladen lastdier. Over de precieze geografische oorsprong van het ras bestaat minder eensgezindheid. Lange tijd ging men ervan uit dat de Susumaniello via de Adriatische Zee vanuit Dalmatië of Griekenland naar Puglia was overgebracht, op een vergelijkbare manier als de beroemdere Primitivo, die genetisch identiek is aan de Kroatische Tribidrag. DNA-onderzoek heeft deze hypothese echter grotendeels ontkracht. De meest gangbare studies tonen aan dat de Susumaniello het resultaat is van een natuurlijke kruising tussen een lokale Apulische tafeldruif, bekend als Uva Sogra, en de witte druif Garganega, de beroemde basis van de Soave-wijnen uit Veneto, wat haar genetisch verwant maakt aan de uiterst zeldzame Dorona di Venezia. Recenter onderzoek uit 2021 heeft bovendien gewezen op een mogelijke afstamming waarbij Sangiovese als ouderras wordt genoemd, met de Notardomenico-druif als rechtstreekse afstammeling van de Susumaniello zelf, wat aantoont dat de precieze bloedlijn van dit ras nog altijd onderwerp van wetenschappelijk debat blijft. Wat vaststaat, is dat de druif eeuwenlang voornamelijk in de provincie Brindisi en delen van Lecce werd geteeld, waar ze traditioneel diende om kleur, structuur en body toe te voegen aan blends met Negroamaro en Malvasia Nera. In de twintigste eeuw, toen de regio vooral bulkwijn produceerde, werd de Susumaniello aanvankelijk gewaardeerd om haar hoge opbrengsten bij jonge wijnstokken, maar net zo snel weer verwaarloosd zodra die opbrengsten na een jaar of tien drastisch daalden. Pas vanaf het einde van de jaren negentig, met wijnhuizen zoals Tenute Rubino als pioniers, begon men het potentieel van laag productieve, oudere stokken te herkennen en de druif als volwaardige, alleenstaande wijnsoort te vinifiëren.
Kenmerken van de druivensoort
Ampelografisch gezien toont de Susumaniello een middelgroot, vijflobbig en pentagonaal blad, terwijl de druiventros middelgroot tot groot is, enigszins verlengd, piramidaal van vorm en opvallend compact, met de bessen dicht opeengepakt. De bes zelf is middelgroot en min of meer bolvormig, met een dikke, wasachtige schil die een diep blauwzwarte, bijna inktachtige kleur vertoont. Deze dikke schil verklaart mede de intense kleurextractie en de stevige tanninestructuur die kenmerkend zijn voor wijnen op basis van dit ras. Fenotypisch is de Susumaniello een bijzonder vitaal en groeikrachtig ras met een gemiddelde rijpingsperiode, dat in zijn jonge jaren buitengewoon productief is maar met het klimmen der jaren fors in opbrengst terugvalt, tot amper één tot anderhalve kilogram druiven per stok bij volwassen wijnstokken. Precies die natuurlijke opbrengstbeperking blijkt de sleutel tot kwaliteit: hoe ouder de stok en hoe strenger de opbrengst wordt beteugeld, hoe geconcentreerder de suikers, polyfenolen en aromatische verbindingen in de bes worden. Organoleptisch levert de druif wijnen op met een diepe, ondoorzichtige robijnrode tot purperen kleur. De neus wordt gedomineerd door rijp rood en zwart fruit zoals kers, braam en pruim, aangevuld met tonen van viooltjes, en bij meer geconcentreerde uitvoeringen door kruidige, peperige en soms licht rokerige nuances. In de mond tonen de wijnen een medium tot volle body, gedragen door een opmerkelijk frisse zuurgraad die het volume in evenwicht houdt, gecombineerd met stevige maar fluwelige tannines die de wijn een duidelijk verouderingspotentieel geven. Deze combinatie van kracht en frisheid onderscheidt de Susumaniello van veel andere zuiderse rode druiven, die vaker neigen naar overrijpheid en een gebrek aan zuren.
Ideale terroirs en verspreiding
De Susumaniello gedijt het best in een warm mediterraan klimaat met voldoende temperatuurwisseling en verkoelende invloeden om haar natuurlijke kracht in balans te houden. Haar meest kenmerkende thuisbasis is de streek rond Brindisi, in het noordelijke deel van Salento, waar zanderige, kalkrijke bodems nabij de Adriatische kust zorgen voor een goede waterdrainage en de wortels toelaten zich diep te ontwikkelen. De nabijheid van de zee speelt hier een cruciale rol: noordelijke winden en zeebriezen temperen de zomerhitte en behouden de zuurtegraad in de druiven, terwijl de wijngaarden tegelijk beschermd moeten worden tegen de uitdrogende sirocco die vanuit het zuiden waait. Traditioneel wordt de druif zowel op hoog opgeleide stelsels als in bushvine-vorm gekweekt, telkens op kalkhoudende, zandrijke gronden die welig wortelontwikkeling toelaten. Buiten deze kerngebieden in de provincies Brindisi en Lecce vindt men de Susumaniello ook, zij het in veel beperktere mate, in het zuidelijke deel van de provincie Bari en in het centrale Murge-plateau, waar het ras sinds 2003 officieel is toegelaten voor aanplant. Buiten Puglia en buiten Italië in het algemeen, komt de Susumaniello nagenoeg niet voor, wat haar tot een van de meest zeldzame en tegelijk meest authentieke autochtone druivenrassen van het Italiaanse wijnlandschap maakt. De wijnen worden erkend binnen de DOC-appellaties Brindisi en Squinzano, en daarnaast binnen diverse IGP-classificaties van de bredere Puglia-regio, waar de druif zowel als monovarietale rode wijn, als in blends met Negroamaro en Malvasia Nera, als in toenemende mate ook als rosé wordt gevinifieerd.
Conclusie
De Susumaniello belichaamt op treffende wijze het verhaal van vele autochtone Italiaanse druivenrassen: eeuwenlang aanwezig maar onderschat, bijna verdwenen door de dominantie van kwantiteit boven kwaliteit, en uiteindelijk gered dankzij wijnbouwers die geloofden in haar authentieke karakter. Met haar diepe kleur, geurige rijkdom en verrassende frisheid biedt deze zeldzame druif uit het hart van Salento een unieke en steeds gegeerdere stem binnen het Apulische wijnpalet.
