Home / Druivensoorten / Merlot

Druivensoorten

De Merlot-wijndruif

Weinig druiven hebben zoveel bijgedragen aan de wereldwijde wijncultuur als Merlot. Ze is de verleidelijke tegenhanger van de strengere Cabernet Sauvignon: rond, fruitig en toegankelijk, zonder daarom aan diepgang te moeten inboeten. Haar naam wordt vandaag zowel geassocieerd met enkele van de duurste wijnen ter wereld als met eenvoudige, gul fruitige flessen voor elke dag. Dat ze beide uitersten kan bedienen, zegt veel over haar veelzijdigheid en over de manier waarop ze zich aanpast aan bodem, klimaat en de hand van de wijnmaker.

Herkomst en geschiedenis

De oorsprong van Merlot ligt in zuidwest-Frankrijk, in het stroomgebied van de Dordogne en de Garonne. De oudste schriftelijke vermelding dateert uit 1784, toen een ambtenaar uit Libourne in zijn aantekeningen opmerkte dat de wijn van een druif die men "merlau" noemde, tot de beste van de streek behoorde. De naam verwijst vermoedelijk naar de merel, *le merle*, hetzij vanwege de diepblauwe kleur van de bessen, hetzij omdat de vogels dol zijn op de rijpe trossen.

Lange tijd bleef de afstamming een raadsel. Pas begin deze eeuw bracht DNA-onderzoek, uitgevoerd door Franse en Amerikaanse onderzoekers, duidelijkheid: Merlot is een natuurlijke kruising tussen Cabernet Franc en een bijna verdwenen variëteit uit de Charente, Magdeleine Noire des Charentes. Daardoor is Merlot een halfzus van Cabernet Sauvignon, die eveneens uit Cabernet Franc voortkomt. Dat verklaart waarom beide druiven in Bordeaux zo vaak samen worden uitgebouwd en elkaar zo goed aanvullen.

In de negentiende eeuw werd Merlot officieel aanbevolen in de Gironde en verspreidde ze zich langzaam over de rechteroever van de Dordogne. Een belangrijk keerpunt kwam na de strenge vorst van 1956, die talloze wijngaarden in Bordeaux zwaar beschadigde. Bij de heraanplant kozen veel wijnbouwers voor Merlot, omdat ze vroeg rijpt en een royale opbrengst geeft. In de decennia daarna veroverde ze, dankzij haar zachte profiel, ook de wijngaarden van Italië, Californië en Chili.

Kenmerken van de druif

Ampelografisch is Merlot herkenbaar aan haar middelgrote, rondachtige tot vijfhoekige bladeren, die doorgaans vijf lobben tellen. Het oppervlak is licht blazig en de onderzijde draagt slechts schaars, aanliggend haar. De steelbocht is open en heeft de vorm van een lier. De trossen zijn middelgroot, cilindrisch tot kegelvormig en dikwijls voorzien van een kleine vleugel. De bessen zijn middelgroot, bijna rond en blauwzwart, bedekt met een dikke waslaag. Hun schil is betrekkelijk dun, wat de relatief zachte tannines verklaart maar de druif ook kwetsbaarder maakt.

Wat het fenotype betreft, is Merlot een krachtige, rechtopgroeiende stok die gemakkelijk veel vruchtdragend hout vormt. Ze botst vroeg uit en is daardoor gevoelig voor lentevorst. Bij koel of regenachtig weer tijdens de bloei kan ze last krijgen van loopneigen, het gebrekkig zetten van de bessen. Door haar compacte trossen en dunne schil is ze bovendien vatbaar voor grauwe schimmel en rot. Daar staat tegenover dat ze één tot twee weken vroeger rijpt dan Cabernet Sauvignon, een voordeel in koelere streken en in jaren met een wisselvallige nazomer.

In het glas toont Merlot een diep robijnrode tot granaatrode kleur, doorgaans minder inktachtig dan die van haar halfzus. Het aroma wordt gedomineerd door rijp rood en zwart fruit, zoals pruim, zwarte kers, braam en framboos. In koelere jaren komen daar kruidige en groene accenten bij, terwijl warmere jaren eerder confituur en gedroogde vruchten oproepen. Met rijping in eikenhout evolueert het boeket naar cacao, koffie, cederhout en tabak, en bij langere ontwikkeling naar leer, ondergroei en truffel.

In de mond valt vooral de rondheid op. De zuurgraad is matig, de tannines zijn fijn en soepel en het alcoholgehalte ligt vaak vrij hoog, wat de wijn een vollere, fluwelen structuur geeft. Dat maakt Merlot jong al aangenaam om te drinken, maar de beste exemplaren kunnen tientallen jaren rijpen.

Belangrijkste terroirs en gebieden

Merlot voelt zich het best thuis op bodems die water goed vasthouden, zoals klei en kleikalk. Ze heeft een evenwichtige waterbalans nodig en lijdt snel onder droogte op arme, snel uitdrogende gronden. Het meest sprekende voorbeeld is Pomerol, waar de ijzerhoudende klei de druif een concentratie en dichtheid geeft die uniek is. Op het kalkplateau en de hellingen van Saint-Émilion levert ze dan weer wijnen op met meer frisheid en elegantie. Een gematigd tot matig warm klimaat met voldoende zon en regelmatige regenval komt haar het meest tegemoet, omdat ze er haar fruit kan laten uitrijpen zonder haar zuurgraad te verliezen.

Frankrijk blijft met zijn omvangrijke arealen, vooral in Bordeaux en het zuidwesten en in de Languedoc, het bakermat en het belangrijkste teeltgebied. Elders in Europa speelt Merlot een grote rol in Italië, onder meer in Veneto, Friuli en Toscane, waar ze op de kust van Bolgheri en Masseto grote wijnen voortbrengt. Ook in Spanje, Roemenië, Bulgarije, Hongarije, Slovenië, Kroatië en het Zwitserse Ticino neemt ze een belangrijke plaats in. Buiten Europa floreert ze in Californië en Washington State, in Chili, Argentinië, Zuid-Afrika en Australië. Daarmee behoort ze tot de meest aangeplante rode druivenrassen ter wereld.

  • Frankrijk (Bordeaux) – vooral op de rechteroever in Pomerol (zoals Château Pétrus) en Saint-Émilion, waar klei- en kalkbodems zorgen voor rijke, verfijnde wijnen.
  • Italië – veel aangeplant in Toscane (ook in “Super Tuscans”), waar Merlot structuur en zachtheid brengt.
  • Verenigde Staten (Californië, Washington State) – leveren volle, rijpe wijnen met veel fruit en zachte tannines.
  • Chili – produceert soepele, fruitgedreven stijlen met levendige frisheid.
  • Australië en Nieuw-Zeeland – vaak gebruikt in blends met Cabernet Sauvignon.

Conclusie

Merlot combineert herkomst, karakter en aanpassingsvermogen op een zeldzame manier. Uit een bescheiden kruising in zuidwest-Frankrijk groeide ze uit tot een wereldwijd gewaardeerd druivenras dat zowel luxe als gemak vertegenwoordigt. Haar vroege rijping, zachte tannines en rijke fruitexpressie maken haar tot een betrouwbare partner voor wijnbouwers en wijnliefhebbers, en haar gevoeligheid voor bodem en klimaat maakt van elke streek een eigen interpretatie van hetzelfde thema.