Home / Wijndomeinen / Mas de Daumas Gassac

Wijndomeinen

Mas de Daumas Gassac

In het hart van de Languedoc, op amper twintig kilometer van Montpellier, ligt een wijndomein dat al decennialang de gevestigde denkbeelden over Zuid-Franse wijn op losse schroeven zet. Mas de Daumas Gassac, gelegen in een verborgen vallei bij het dorpje Aniane, wordt door liefhebbers en pers al jaren omschreven als de "Lafite Rothschild van de Languedoc" of de "Grand Cru" van het zuiden. Het domein bewijst dat uitzonderlijke kwaliteit niet gebonden is aan een klassieke appellatie, maar veeleer voortkomt uit een unieke combinatie van bodem, klimaat en menselijke visie.

Het verhaal van Mas de Daumas Gassac begint in 1970, wanneer Véronique Guibert de la Vaissière, etnologe en kenner van de Keltische cultuur, en haar man Aimé Guibert, afkomstig uit een familie van handschoenmakers uit Millau, op zoek gaan naar een familiehuis in de Héraultse binnenlanden. Tijdens een wandeling stuiten ze op een vervallen mas (herenboerderij) met een verlaten molen, gelegen in de wilde vallei van de Gassac, vlak bij de eeuwenoude abdij van Aniane die teruggaat tot het jaar 782. Het domein behoorde toen toe aan de familie Daumas, naar wie het uiteindelijk vernoemd zou worden. Aimé en Véronique wisten aanvankelijk niet goed wat ze met de grond moesten aanvangen, tot ze hun Aveyronse vriend Henri Enjalbert raadpleegden, hoogleraar geografie aan de universiteit van Bordeaux en specialist in wijnbouwgeologie. Enjalbert stelde vast dat de bodem van de vallei bestond uit zeldzame glaciale "grèzes", een grondsoort die elders in Zuid-Frankrijk nauwelijks voorkomt en die, gecombineerd met een verfrissend microklimaat door de hoogte en de omringende bossen, uitzonderlijk geschikt bleek voor een cépage die in de streek nauwelijks gebruikt werd: Cabernet Sauvignon. In 1972 lieten de Guiberts zeventienduizend niet-gekloonde Cabernet Sauvignon-stekken aanplanten, afkomstig van grote Bordelese eigendommen, en bouwden ze een ondergrondse wijnkelder op de plaats van een oude Gallo-Romeinse molen, gevoed door de koude bronnen van de Gassac-rivier. De gerenommeerde oenoloog Émile Peynaud, adviseur van onder meer Château Margaux en Haut-Brion, begeleidde van op afstand de allereerste vinificaties. Het eerste jaargang, geoogst in 1978 en gebotteld in 1980 als "vin de table", bestond voor tachtig procent uit Cabernet Sauvignon aangevuld met Malbec, Merlot, Syrah, Cabernet Franc, Pinot en Tannat, en markeerde meteen de eigenzinnige stijl die het domein sindsdien typeert.

Wat begon als een persoonlijk avontuur van een echtpaar zonder enige achtergrond in de wijnbouw, groeide uit tot een familiebedrijf dat inmiddels aan zijn tweede generatie toevertrouwd is. Aimé Guibert overleed in mei 2016, maar zijn levenswerk werd ruim daarvoor al overgedragen aan zijn kinderen. Sinds het einde van de jaren negentig zijn de zonen Samuel, Gaël, Roman en Basile Guibert actief op het domein, en sinds 2009 hebben zij formeel het roer overgenomen van hun ouders. Elk van de broers draagt op zijn eigen manier bij aan het beheer van het domein, van wijngaardwerk en vinificatie tot commercialisering en internationale uitstraling, terwijl ze gezamenlijk waken over de waarden die hun ouders altijd vooropstelden: respect voor wat ze zelf "moeder aarde" noemen en de absolute voorrang van het terroir op elke technische ingreep. Véronique Guibert bleef eveneens nauw betrokken bij het domein en beschreef in haar boek "Un Mas de Cocagne" uit 2011 de culinaire reizen en familieherinneringen die het verhaal van het Mas kleurden. Onder de huidige generatie breidde de familie haar activiteiten ook uit met het project Moulin de Gassac, een tweede, ruimer wijnhuis dat druiven van partnerwijnbouwers uit de hele Hérault verwerkt volgens dezelfde filosofie van minimale interventie, en dat de naam van de Guiberts vandaag in meer dan zestig landen bekend maakt.

Mas de Daumas Gassac ligt in de gemeente Aniane, in het departement Hérault, in de schaduw van de eeuwenoude abdij die ooit door Sint-Benedictus van Aniane werd gesticht. Het domein bevindt zich in wat de familie zelf de "Haute Vallée du Gassac" noemt, een ongerepte, bosrijke vallei doorsneden door de rivier de Gassac. De wijngaarden zelf beslaan zo'n vijftig hectare, maar liggen niet aaneengesloten: het gaat om een lappendeken van kleine percelen, verscholen tussen meer dan honderd hectare mediterraan bos en garrigue, wat het landschap een uitgesproken wild en onaangetast karakter geeft. De bodem is diep, goed gedraineerd en volledig vrij van chemische bemesting, met de kenmerkende rode glaciale "grèzes" als meest onderscheidende bodemtype. Deze combinatie van beschutting, hoogte en bosrijke omgeving zorgt voor een microklimaat dat merkbaar frisser is dan in de omliggende, meer mediterrane delen van de Languedoc, wat de druiven toelaat om langzamer en evenwichtiger te rijpen.

Omdat de gebruikte druivenrassen niet overeenstemmen met de voorschriften van de lokale AOC's, worden de wijnen van Mas de Daumas Gassac uitgebracht onder de IGP Saint-Guilhem-le-Désert of IGP Pays de l'Hérault, een classificatie die de familie er nooit van weerhouden heeft prijzen en reputatie te vestigen die ongezien zijn voor die categorie. De rode Grand Vin, het bekendste product van het domein, wordt jaarlijks geproduceerd in een oplage van ongeveer honderdtwintigduizend tot honderdvijftigduizend flessen en bestaat voor ongeveer tachtig procent uit niet-gekloonde Cabernet Sauvignon, aangevuld met een twintigtal andere, vaak zeldzame druivenrassen zoals Merlot, Syrah, Pinot Noir, Petit Verdot en Tannat. De druiven worden uitsluitend met de hand geoogst, bij een bewust laag rendement van ongeveer vijfendertig hectoliter per hectare, en ondergaan een klassieke, Médoc-geïnspireerde vinificatie met een lange maceratie en zonder filtratie, gevolgd door een rijping van twaalf tot vijftien maanden in eikenhouten vaten van uiteenlopende leeftijd. De witte wijn, geproduceerd in kleinere hoeveelheden van ongeveer vijfenveertig- tot zestigduizend flessen, is een complexe assemblage waarin Viognier, Chardonnay, Petit Manseng en Chenin de hoofdrol spelen, aangevuld met een twintigtal andere rassen, en rijpt in inox tanks tot een wijn die in zijn jeugd fruitig en fris oogt maar na verloop van jaren evolueert naar geroosterde, honingachtige en zelfs sherryachtige tonen. Daarnaast brengt het domein een bruisende rosé, de Rosé Frizant, op de markt in een oplage van acht- tot twaalfduizend flessen, gemaakt via de Charmat-methode op basis van een saignée van Cabernet Sauvignon afkomstig van jonge wijnstokken op witte kleigrond, en een uiterst beperkte, naar Émile Peynaud vernoemde topcuvée van amper enkele duizenden flessen.

Mas de Daumas Gassac toont hoe een familie zonder enige wijnbouwtraditie, gewapend met nieuwsgierigheid, geologisch advies en een uitgesproken liefde voor een verwilderde vallei, een van de meest gerespecteerde wijndomeinen van Zuid-Frankrijk kon opbouwen. Door vast te houden aan lage rendementen, handmatige oogst en een compromisloze visie op terroir, hebben Aimé en Véronique Guibert en na hen hun kinderen bewezen dat grandeur niet voorbehouden is aan de klassieke appellaties van Bordeaux of Bourgogne, maar evengoed kan opbloeien in een vergeten hoekje van de Languedoc.

Website: https://www.daumas-gassac.com